Kweken met de roodkapparkietbeknopte uitleg
Bij roodkapparkieten is het belangrijk dat de vogels tijdens
de kweekperiode rustig zitten vanwege hun eerder schuw karakter. bij sommige
koppels wil het wel eens helpen om ze juist te huisvesten waar je meest
voorkomt, zo raken ze gewend een uw aanwezigheid wat hen dan ook minder schuw
maakt. Als nestgelegenheid kan je ze een nestkast van ongeveer 70cm hoog en een
grondoppervlak van 25cm op 25 cm met een invlieggat van 8cm diameter aanbieden.
Aan de achterkant van de nestkast voorzie je de nestkast van een controledeurtje
om zo makkelijk nestcontrole uit te voeren. Nestmateriaal kan bestaan uit
houtkrullen, turfmolm of rottend hout .
Van ei tot jong Tot de jongen uitvliegen
Vanaf begin maart kan de nestkast opgehangen worden. zelf laat ik de nestkast het gehele jaar door de nestkast hangen. De nestkast heeft hen een schuilplaats waar ze zich kunnen verstoppen bij onraad. In de meeste gevallen zijn roodkapparkieten inzetbaar vanaf hun 2de levensjaar. Begin april legt de pop dan 4 tot 6 eieren die ze om de andere dag legt, ze bebroed de eieren alleen gedurende 20 à 23 dagen. De eerste week worden de jongen alleen door de pop gevoerd, daarna springt de man bij en helpt de jongen voeren. Rond de 7de dag beginnen de jongen de eerste veertjes te vertonen , vanaf dan kunnen ze ook geringd worden , dit kan al eens een paar dagen schelen al naar gelang het aantal jongen in het nest. na een 3tal weken zitten de jongen al voor 75% in de pluimen. Na zo'n 35 dagen waagt het eerste jong zijn eerste stappen uit het nestblok, de andere jongen volgen dan spoedig. Na het uitvliegen worden ze nog een 3tal weken bijgestaan door de ouders alvorens ze volledig zelfstandig zijn. Roodkapparkieten doen over het algemeen slechts één broedronde per jaar (uitzonderingen daar gelaten). Het is dan ook perfect mogelijk om de jongen langer bij de ouders te laten , ze hebben er trouwens geen nadeel bij om wat langer bij de ouders te blijven.
