INFOWEBSITE PSITTACULA


Psittacula eupatria

foto: hepsievcil.org

 

STANDAARD:

Fysieke standaard van de Alexander parkieten:

Conditie:

Conditie is een eerste vereiste. Een vogel zonder conditie kan nooit voor een hoge puntenwaardering in aanmerking komen. De vogel moet een gezonde en levendige uitdrukking hebben,zonder verminkingen of andere gebreken. Het oog is helder en het verenkleed dient rein en ongeschonden te zijn en voorzien van een natuurlijke glans.

Formaat:

Deze staat per (onder) soort apart vermeldt, de staart bepaalt ongeveer 45% van de totale lengte.

Model:

Een ideale Alexander parkiet heeft een forse nek die vrij kort en breed is. De ruglijn vormt vanuit de nek tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn. De schouders zijn breed. De hals is kort,in een strak vloeiende lijn verlopend met de ronde borst. Vanaf de aars tot aan de punt van de staart moet deze lijn weer recht zijn. Het achterlijf mag niet uitgezakt lijken.

Houding:

De Alexander parkiet neemt de juiste houding aan als de ruglijn van de vogel een hoek van 50 graden met het horizontaal maakt. De poten zijn stevig en voorzien van vier tenen die de stok zo omklemmen,dat de vogel vrij van het hout zit. De dijen zijn niet zichtbaar. Het type is aangepast aan het formaat, als de juiste stand wordt aangenomen komt dit het type ten goede.

Kop:

De grootte van de kop is vrij fors maar moet wel passen bij het postuur. De kop is rond en bol met soms een iets afgeplatte schedel (vooral bij de mannen ). De snavelbasis is breed. De lengteas van de schedel richt zich iets naar beneden waardoor een mooie ooglijn wordt verkregen. Vrijwel in het centrum van de kop bevindt zich aan weerszijden een oogkas.

Poten:

Het loopbeen moet recht en stevig zijn, zonder vergroeiingen of verruwing. Twee tenen zijn naar voren geplaatst en twee tenen naar achteren. De tenen dienen voorzien te zijn van eenkleurige,gelijkmatig gebogen nagels.

Snavel:

De snavel is krachtig en breed aangezet. De snavel oogt robuust,is goed gerond en vormt met de schedel een vloeiend gebogen lijn. De bovensnavel is een haaksnavel die voorzien is van een inkeping. De punt van de bovensnavel steekt enkele mm over de ondersnavel. Bij een goed gesloten snavel voegt de ondersnavel zich gedeeltelijk in de bovensnavel.

Bevedering:

De bevedering is compleet,dicht en aaneengesloten. Elke veer is vrijwel gelijk aan de naastliggende. De vleugels,tamelijk kort in de vleugelbocht worden strak langs het lichaam gedragen en dekken de rug gedeeltelijk af. Er zijn zeven handpennen zichtbaar. De staart is relatief lang,gesloten en aan het eind enigszins afgerond. De staart bestaat uit twaalf pennen,die trapsgewijs korter worden. De twee bovenste pennen zijn het langst. De onderzijde wordt afgeschermd door onderstaart dekveren.

KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN:

Sterk dient gelet te worden op model en formaat. Te smalle en/of te kleine vogels dien te worden bestraft. Het missen van een of meer nagels is een veel voorkomende fout. De snavel dient gaaf te zijn. Bij kleur dient er rekening mee te worden gehouden dat de kleuren bij de edelparkieten niet die helderheid en intensiteit hebben zoals bij andere kromsnavels verwacht mag worden. Waar wel op bestraft dient te worden is wanneer vooral het vleugel en rugdek een zwarte omzoming tonen,dit wordt veroorzaakt door het afknagen van de veertoppen en is op de eerste plaats een bevedering fout,,wat echter ook een vlekkerige kleur veroorzaakt. De kleurscheiding tussen borst en buik is een vloeiende overgang,het is geen scherpe afscheiding. De nagels dienen eenkleurig te zijn. De keeltekening en de halsband dienen een regelmatig verloop te hebben en mogen niet te iel zijn. Het roze en blauw van de nekband zo diep mogelijk. De pop is matter van kleur,dient wel zo egaal mogelijk van rug –en vleugeldek te zijn. De schoudervlek dient donkerrood te zijn en strak afgelijnd,aan de onderzijde hiervan moet hier enige soepelheid aan worden gegeven. Een vlekkerige of niet complete en te kleine schoudervlek dient streng gestraft te worden,bij tekening,dit duid op hybride kenmerken met de halsband parkiet. Hybride’s hiervan zijn vooral te herkennen aan de vage schoudervlek,ook is het formaat/model bijna altijd een tussenvorm evenals de snavelvorm. Dit moet zeer streng bestraft worden,met een maximaal van 85 punten. Regelmatig zien we Grote Alexander parkieten die groter zijn dan 58 cm,tot aan 60 cm mits de juist gevraagde kleur en tekeningsomschrijving dit niet bestraffen,worden ze echter groter dan keuren als Nepalese Alexander en bestraffen aan de hand van de standaard hiervan. Poppen zijn gelijk van model ,alleen iets kleiner van formaat door een iets kortere staart. Ook zijn ze in het geheel matter van kleur. Mannen krijgen pas in het derde levensjaar hun volledige kleur en nekband,indien U mannen aantreft welke een gedeeltelijke nekband tonen ,moet dit bestraft worden bij tekening. Mannen worden gekeurd in schaal 1 en poppen in schaal 2.