Leefwijze Hoe leven ze

 

 

Leefwijze In kleine groepen

 

Buiten de broedtijd in kleine groepen of zwermen, soms van vele honderden vogels. Binnen de groep onderhouden de vogels een sterke paarbinding. Bij het krieken van de dag verlaten ze hun slaapplaatsen en trekken naar het water om er te drinken, daarna gaan ze op zoek naar voedsel, meestal op de grond of vlak bij de grond. Tijdens het foerageren houdt één vogel vanaf een hoge plaats de wacht en waarschuwt de groep bij gevaar. Tijdens de hete middaguren trekken de vogels zich terug voor hun ‘middagslaapje’. Later op de middag trekken ze er opnieuw op uit om te eten. Tegen de avond keren ze terug naar hun slaapplaatsen in de hoge bomen of de nestholten waarin ze ook broeden.

Patagonen leven van zaden, bessen, vruchten alsook insecten en hun larven en groenvoer. Het liefst eten ze de zaden van de mariadistel en die van de daar in het wild voorkomende meloenachtigen. Tegen de oogsttijd strijken ze regelmatig in grote aantallen neer op de maïs- en graanvelden, waarbij ze dikwijls grote schade aanrichten.

De meest zuidelijk levende vogels van het ras C. p patagonus trekken in het koude jaargetijde naar het warmere noorden.

De natuurlijke broedtijd begint voor patagonus en andinus in december/januari, voor byroni in september. De vogels broeden in kolonieverband. De vogels graven hun nestholten op grote hoogte in de steile lemen oevers van rivieren of meren, waarin ze dikwijls ook de nacht doorbrengen. De gang naar het eigenlijke nest is gewoonlijk 100 tot 130 cm lang en heeft een diameter van 8 tot 15 cm; er zijn echter ook nestgangen gevonden van wel 3 m lengte. De nestgang mondt uit in de eigenlijke nestkamer die een diameter van ongeveer 40 cm heeft en ca. 15 cm hoog is. De 2 tot 4 eieren worden gewoon op de bodem van de nestkamer gelegd, sommige vogels slepen halfvergane houtstukjes in het nest als ondergrond voor het legsel.

 

 

CSS Template by Rambling Soul