Kweek Hoe kweken ze ?
Als we een koppel of meerdere koppels parkieten aanschaffen willen we natuurlijk ook dat ze ooit eens voor nageslacht zorgen. Met patagonen is het zaak om geduld te hebben want meestal komen ze pas broedrijp op een leeftijd van 4 jaar. lees hieronder meer over het kweken met patagonische rotsparkieten.
Kweken met patagonische rotsparkieten
Broedresultaten worden regelmatig behaald, vooral door liefhebbers die zich speciaal op deze vogels hebben toegelegd. Om er zeker van te zijn dat men ook werkelijk over een paar beschikt, moet men de vogels endoscopisch laten seksen, ook kan men door middel van een DNA-onderzoek het geslacht van de vogels laten vaststellen.
Patagonische rotsparkieten komen gewoonlijk pas in hun vierde levensjaar voor het eerst in broedstemming. Toch zijn er ook wel gevallen bekend dat de vogels in een vroeger stadium tot broeden overgaan, het betreft dan vogels die in volièremilieu zijn geboren. Het komt echter ook voor dat men soms jaren moet wachten tot de vogels voor het eerst in broedstemming komen.
In de periode van maart tot mei komen de vogels in broedstemming. Als regel worden 2 tot 4 eieren gelegd een enkele keer 5, dit is afhankelijk van de leeftijd van de pop; jonge poppen leggen minder eieren dan oudere poppen.
De eieren worden om de andere dag gelegd. Als het tweede ei gelegd is begint de pop gewoonlijk te broeden, een taak die ze alleen volbrengt; broedduur 26 dagen. In het begin worden de jongen uitsluitend door de pop gevoerd. Na een dag of vier, vijf komt ook de man regelmatig in het blok om te voeren. Tussen de twaalfde en veertiende dag moeten de jongen geringd worden; ringmaat 7 mm. Ongeveer 8 weken na het uitkomen, vliegen ze uit, keren echter telkens weer in het blok terug. Pas op de leeftijd van 11–12 weken vliegen de jongen voor goed uit, worden dan echter nog 3 à 4 weken bijgevoerd, vooral door de man. Als de volière groot genoeg is, kunnen de jongen als ze eenmaal zelfstandig zijn gerust bij de ouders blijven.
Jonge patagonen lijken op hun ouders, maar zijn matter van kleur. Men kan ze echter het best herkennen aan de hoornkleurige bovensnavel. Het verkleuren van de bovensnavel naar grijszwart begint als de vogels ongeveer 8 maanden oud zijn.
Er is slechts een broedsel per jaar.





