WELKOM Patagonische rotsparkieten
Soortbeschrijving Patagonische rotsparkiet
Cyanoliseus patagonus (Vieillot 1818)
Genus CYANOLISEUS Bonaparte 1854
ROTSPARKIETEN
Patagonische rotsparkiet
Soortbeschrijving
Formaat 45 cm.
Man en pop: voorhoofd en bovenschedel grijszwart met een ondefinieerbaar groenachtig tintje overgaand in grijsachtig olijfgroen op achterkop, nek, hals en wangen. Mantel en borstbevedering donkergrijs met lichtgrijze omzomingen. Aan weerszijden van de bovenborst bevindt zich een onregelmatige witte vlek, die bij sommige vogels geheel ontbreekt. Vleugeldekveren en bovenste gedeelte van de rug grijsachtig olijfgroen, iets groener en minder grijsachtig getint op de schouderpartijen; het gehele vleugeldek geeft een gehamerde indruk. Onderrug, stuit, bovenstaartdekveren, flanken, bovenste gedeelte van de dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren helder olijfgeel. Centraal op de buik, nagenoeg aansluitend aan de grijze borstbevedering bevindt zich een oranjerode buikvlek. Ook het onderste gedeelte van de dijen is oranjerood. Handpennen olijfgroen, de buitenvlaggen van de handpennen en de primaire vleugeldekveren zijn blauw; armpennen olijfgroen, de buitenvlaggen van de armpennen zijn blauwgroen. Bovenzijde grote staartveren grijsachtig olijfgroen met een blauwe schijn. Snavel grijszwart. Ogen nagenoeg zwart met witte irisring, omgeven door een onbevederde witte oogring. Poten vleeskleurig; nagels grijszwart.
Ondersoorten
C. p. andinus Dabbene & Lillo, 1913
Andes rotsparkiet
Verspreidingsgebied: bergen van Noordwest-Argentinië van Zuid-Salta zuidwaarts tot San Luis.
Kenmerken: formaat ongeveer 45 cm. Over het geheel genomen donkerder en matter van kleur dan nominaatvorm. Halsstreek bruiner van tint. Witte vlekken aan weerszijden van de bovenborst ontbreken. Onderrug, stuit en bovenstaartdekveren vuil olijfgeel. Buik, flanken, bovenste gedeelte van de dijen en anaalstreek en onderstaartdekveren zijn olijfkleurig; van de centrale buikvlek resteert slechts een zwak oranjerood waas (het oranjerood is als het ware vermengd met de olijfkleurige buikkleur).
C. p. byroni (J.E. Gray, 1831)
Verspreidingsgebied: de kustgebieden van Centraal-Chili, tussen Atacama en Colchagua
Kenmerken: Formaat ca. 48 cm. De beide witte vlekken aan weerszijden van de bovenborst zijn steeds prominent aanwezig en menigmaal zijn ze door een onregelmatige band dwars over de bovenborst met elkaar verbonden. Het olijfgeel van flanken, bovenste gedeelte van de dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren toont meer geel en is dieper en meer helder van kleur dan de nominaatvorm. Ook de oranjerode kleur op buik en dijen is helderder.
C. p. patagonus (Vieillot, 1817)
Verspreidingsgebied: komt als broedvogel voor in Centraal- en Zuid-Argentinië, de zuidelijke populaties trekken in de winter noordwaarts tot naar Mendoza, Entre Rios en Zuid-Uruguay.
Naamgeving en kenmerken: zie nominaatvorm.





