
neophema pulchella de turquoisine parkiet
STANDAARD:
man
Kop en masker: Voorhoofd diep ultramarijnblauw,
gevolgd door een donker hemelsblauw veerveld tot aan de
donkergrasgroene kleurscheiding op de voorkruin, aansluitend
hieraan twee uitlopers als een doorgetrokken wenkbrauwstreep
bovenlangs de beide ogen tot ongeveer 8 mm achter het oog;
teugels, het veerveld onder de ogen, wangen en bef, eveneens
donker hemelsblauw; bovenschedel, achterkop en oordekveren
donkergrasgroen. De kleurafscheidingen van het donker
hemelsblauwe masker met de donkergrasgroene lichaamskleur hebben
een gelijkmatig en aan weerszijden van de kop een symmetrisch
verloop, maar zijn nergens scherp afgelijnd; de kleurafscheiding
van de donker hemelsblauwe bef met het diepgele onderlichaam
vormt een scherpe lijn op enkele millimeters onder de
ingetrokken snavelpunt.
Lichaam: Nek, halszijden, mantel, rug en stuit
donkergrasgroen. Keel- en kropstreek, borst, buik, flanken,
dijen en anaalstreek diepgeel, zonder enige rode of
oranjekleurige aanslag; keel, kropstreek en bovenborst tonen een
ragfijne zwarte golftekening (de afzonderlijke veertjes tonen
smalle zwarte zoompjes).
Vleugels: Vleugelbocht en meest buitenste vleugelrand diep
ultramarijnblauw, kleine en middelste vleugeldekveertjes donker
hemelsblauw, daarop aansluitend een ca. 3 cm lange en 6 tot 8 mm
brede donkerrode vleugelband, die a.h.w. een scheidslijn vormt
tussen het donker hemelsblauw en het donkergrasgroene en ietwat
gehamerd aandoende binnengedeelte van het vleugeldek. Hand- en
armpennen zwart met een donkerultramarijnblauwe buitenvlag en
aan de uiteinden een blauwgroene waas.
Staart: Bovenstaartdekveren donkergrasgroen;
onderstaartdekveren diepgeel. Bovenzijde primaire (middelste)
staartveren donkergrasgroen met groenzwarte uiteinden;
onderzijde grijszwart. Onderaanzicht trapsgewijs verlopende
secundaire staartpennen bij gesloten staart diepgeel.
Snavel: Bovensnavel grijszwart; ondersnavel donkergrijs.
Neusdop donkervleeskleurig.
Ogen: Donkerbruin.
Poten: Grijs; nagels grijszwart.
_______________________________________________
STANDAARD: pop
Kop en masker: Voorhoofd, wenkbrauwstrepen, het veerveld
onder de ogen, wangen en bef donkerhemelsblauw, een nuance
lichter van tint dan dat van de man; teugels geelachtig wit;
kruin vanaf het donkerhemelsblauwe voorhoofd, bovenschedel,
achterkop en oordekveren donkergrasgroen. De kleurafscheidingen
van het donkerhemelsblauwe masker met de donkergrasgroene
lichaamskleur hebben een gelijkmatig en aan weerszijden van de
kop een symmetrisch verloop en gaan enigszins in elkaar over; de
kleurafscheiding van de donkerhemelsblauwe bef met de ietwat
matgroene keel bevindt zich op enkele millimeters onder de
ingetrokken snavelpunt en vloeit enigszins in elkaar.
Lichaam: Nek, halszijden, mantel, rug en stuit
donkergrasgroen. Keel, kropstreek en bovenborst matgrasgroen;
dit veerveld toont een ragfijne grijsachtige golftekening.
Onderborst, buik, flanken dijen en anaalstreek geel, zonder
enige rode of oranjekleurige aanslag; de kleurscheiding
groen/geel dient strak te zijn en bevindt zich op een lijn ter
hoogte van de duimveertjes.
Vleugels: Vleugelbocht en meest buitenste vleugelrand
diep ultramarijnblauw, aansluitend hieraan een strook van donker
hemelsblauw gekleurde vleugeldekveertjes aan de buitenkant van
het vleugeldek; het overige vleugeldek donkergrasgroen, ietwat
gehamerd aandoend. Hand- en armpennen zwart met een donker
ultramarijnblauwe buitenvlag en aan de uiteinden een blauwgroene
waas.
Staart: Bovenstaartdekveren donkergrasgroen;
onderstaartdekveren diepgeel. Bovenzijde primaire (middelste)
staartveren donkergrasgroen met groenzwarte uiteinden;
onderzijde grijszwart.Onderaanzicht trapsgewijs verlopende
secundaire staartpennen bij gesloten staart diepgeel.
Snavel: Bovensnavel grijszwart; ondersnavel donkergrijs;
de gehele snavel iets lichter getint dan die vande man. Neusdop
donkervleeskleurig.
Ogen: Donkerbruin.
Poten: Grijs; nagels grijszwart.

