De swiftparkiet een aparte vogel
De switparkiet is de enige vertegenwoordiger in het geslacht Lathamus. De levenswijze en het bezitten van verschillende kleuren heeft er toe geleid dat deze vogel in een apart geslacht werd ondergebracht. in vele opzichten verschilt deze vogel van alle andere parkieten, zijn kenmerken vertonen gelijkenissen met zowel parkieten als lori's. zodat de swiftparkiet eigenlijk een tussenvorm tussen beiden is. hun tong verschilt duidelijk van deze van de parkieten, die is eigenlijk zo gemaakt om nectar op te nemen. Zo verschilt de swiftparkiet dus ook qua voeding met parkieten. Ook zijn gedrag wijkt af van het gedrag van parkieten, ze klauteren veel en komen relatief weinig op de grond. De swiftparkiet een aparte vogel.
Beschrijving van de swiftparkiet Door Geert Vankeirsbilck
De snavel en
neusdoppen zijn hoornkleurig. Oog: goudbruine iris met een zwarte pupil. Poten
zijn vleeskleurig met donkere nagels. Boven de snavel is er een rode
voorhoofdsvlek, deze is bij de mannen iets feller rood van kleur dan bij de
poppen. Deze vlek heeft net boven de snavel de breedte van de snavelbasis en
wordt iets breder naar boven toe. De vlek is ongeveer een 4tal mm hoog.
Aansluitend op deze rode voorhoofdsvlek is er een kobaltblauwe kopvlek met een
doorsnede van ongeveer 1 cm. De zijkanten van de ondersnavel worden omrand met
een eveneens rode keelvlek die op haar beurt omgeven is door een smalle gele
rand. Deze gele veren komen tot naast de rode voorhoofdsvlek en tot ongeveer 2
mm voor het oog. De groene wangveren hebben een blauwe schijn. De swift mannen
zijn ongeveer 25 cm groot, de poppen ongeveer 23 cm.
Achterhoofd, rug- en borstveren zijn groen. Het vleugeldek is groen, de
bovenkant van de vleugelbocht is bordeaux rood overgaand in kobalt violetachtig
gekleurde veren aan de vleugelbocht, die doorloopt tot aan de zwarte slagpennen.
Deze slagpennen hebben een fijne geel-groene omzoming aan de zijkanten. Op de
achterkant van het vleugeldek, tegen de rugveren is er een kleine rode vlek,
soms omgeven door een fijne gele rand. De stuit en de bovenstaartdekveren zijn
groen. De buitenste kleine staartpennen zijn zwart met een blauwe buitenvlag. De
middelste grote staartpennen zijn bordeauxrood van kleur overgaand in zwart naar
onder toe. De ondervleugeldekveren zijn rood. De veren aan de anaalstreek zijn
bij mannen rood van kleur, bij poppen is dat meer groen. Wanneer we de vleugels
spreiden zien we dat de blauwe veren aan de vleugelbocht gevormd worden door de
middelste primaire vleugeldekveren. Deze veren zijn kobaltkleurig overgaand in
violet en zwart naar de buitenrand toe. Deze violette en zwarte primaire
vleugeldekveren zijn niet zichtbaar wanneer de vleugels gesloten zijn. De kleine
slagpennen zijn zwart met een groene buitenvlag.
Geslachtsonderscheid
Echte duidelijke geslachtskenmerken heeft de swift niet in zijn verenkleed. Bij
volwassen vogels is het met enige ervaring toch redelijk gemakkelijk te bepalen
maar bij jonge vogels is het niet altijd zo duidelijk en kan er al eens een fout
gemaakt worden. Hoofdzakelijk komt het hierop neer : Bij de man is het rood,
geel en blauw wat intensiever en meer uitgebreid. Bij de pop zien we bij het
open spreiden van de vleugel langs de onderkant op de slagpennen een duidelijke
vleugelstreep, bij de man is deze veel minder of niet aanwezig. Het probleem is
echter dat er in deze kenmerken nogal wat variatie is tussen de ene man en de
andere en de ene pop en de andere. Een mooi gekleurde pop is soms moeilijk te
onderscheiden van een gewone man. Ook de vleugelstreep bij de pop kan variëren
van duidelijk aanwezig tot bijna niet. Hoogst uitzonderlijk was ze zelfs bij een
van mijn kweekpoppen totaal afwezig. Bij volwassen vogels kan het bestuderen van
hun gedrag ook duidelijkheid brengen over het geslacht. Voor jonge vogels is dit
niet het geval. Daarom vind ik het beter, als je de mogelijkheid hebt, de jongen
uit eenzelfde nest te vergelijken met elkaar en daarbij ook rekening te houden
hoe de ouders eruit zien. Ze kunnen echter ook hetzelfde geslacht hebben en toch
enigszins variëren in kleur. Het zijn namelijk geen identieke drie-, vier- of
vijflingen maar broers of zusters waarvan de ene wat meer eigenschappen van de
man en de andere van de pop heeft meegekregen. Zelf ga ik zo te werk : kort na
het uitvliegen van de jongen noteer ik naast hun ringnummer met potlood man,
pop, of vraagteken. Eén of twee maand later bekijk ik de vogel opnieuw en
vergelijk dit met mijn eerste notitie. Als ik dan zeker ben noteer ik het met
balpen en de twijfel gevallen bekijk ik later nog eens. Aan de hand hiervan en
enige ervaring kan met 95 % zekerheid het geslacht bepaald worden. Praktische
100% zekerheid kan alleen gegeven worden door endoscopie of DNA onderzoek. Maar
de financiële kost en het klein medisch risico bij endoscopie sluit uit om deze
methode standaard te gebruiken. Het kan alleen nuttig zijn voor zeldzame vogels
en men in geval van twijfel geen kweekjaar wil verliezen door het verkeerd
samenstellen van een kweekpaar. Als je bij de selectie van de kweekpoppen kiest
voor diegene die gemakkelijk te herkennen zijn als pop, wordt het bij de jongen
ook gemakkelijker om de poppen te herkennen. Als je echter kiest voor de
moeilijker te herkennen poppen, de bijna even mooi gekleurde als de mannen,
krijg je dat probleem terug bij de jongen maar je kweekt wel mooiere vogels.




