Cacatua galerita

foto: flickr

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Biotoop en gedrag

Hun leefgebied is vooral het tropisch regenwoud, gedeeltelijk ontginde gebieden, open houtland en bosranden. Ze worden aangetroffen tot op een hoogte van 2400 m.
Men treft ze aan per paar of in kleine groepjes tot 30 vogels. In Australië worden buiten het broedseizoen wel vluchten waargenomen van honderden vogels. Op sommige plaatsen gedragen ze zich zeer schuw terwijl dan weer elders ze gemakkelijk te benaderen zijn. Vooral in de Nationaalparken houden ze zich graag op bij de voederplaatsen. Ze vallen op door het lawaai dat ze produceren.
Hun voedsel zoeken ze vooral in de bomen, maar ze komen ook op de grond om te eten. Enkele vogels houden altijd de wacht terwijl de rest eet. In het heetst van de dag zitten ze in de schaduw van de boomtoppen. Ze knagen er aan bladeren en boomschors. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit zaden, fruit , bessen, noten, bloeisels, insecten en hun larven. Regelmatig verwoesten ze akkergewassen wat hen door de boeren niet in dank wordt afgenomen.
Bij valavond keren ze dan terug naar hun slaapplaatsen, waar ze luidruchtig blijven tot de nacht valt. Ze hebben een snelle vlucht met lichte slagen, onderbroken door lange glijdende zweefvluchten ondertussen luid krijsend.

Tot daar het relaas zoals we dit meestal in diverse ornithologische tijdschriften terugvinden.
Wie echter Sydney, Camberra, of een andere stad aan de oostkust van Australië bezoekt zal het direct opvallen hoe de grote geelkuifkaketoe zich daar helemaal aan het stadsleven heeft aangepast. In de stadsparken waar diverse voederplaatsen zijn voorzien zijn ze nu eenmaal niet meer weg te denken. Naar ons werd medegedeeld zijn het vanaf de herfst normale bezoekers. Hier is maar al te duidelijk hoe dat deze vogels, die zich in hun natuurlijke biotoop eerder schuw gedragen, hier een totaal ander gedrag vertonen. Het is dan ook beslist geen uitzondering grote geelkuifkaketoes in groep aan te treffen in stadsparken tussen eenden en andere watervogels, gretig een graantje meepikkend van het door de bezoekers toegeworpen voer. Soms komt het tot een gekibbel tussen de eenden en de kaketoes die hun overwicht op de voederplaatsen willen bewijzen, en soms leidt dit tot enkele snavelhouwen naar de eenden toe, meestal echter zonder zware gevolgen. Eens echter de broedtijd aangebroken verdwijnen meestal de volwassen exemplaren uit het straatbeeld om ver weg in hun natuurlijke biotoop te gaan zorgen voor nageslacht.
In talrijke vogelparken en dierentuinen in Australië vormen tamme geelkuif kaketoes,in volières gehouden, de grote attractie voor jong en oud. Maar steeds zijn vrij rondvliegende exemplaren nooit ver uit de buurt.

Beschrijving

Grootte ca. 50 cm.

Een overwegend witte vogel. Het oorgevederte vertoont een lichtgele kleur. Opvallend is de gele kuif. De naakte oogring is wit, de snavel donker grijs evenals de poten, en de iris is donkerbruin tot zwart. Bij volwassen vogels kan het geslacht opgemaakt worden aan de kleur van de iris, die bij de man bruin-zwart is en bij de pop bruin-rood.

Ondersoorten en verspreiding

Van de grote geelkuifkaketoe zijn vier ondersoorten bekend :

-Cacatua galerita galerita : dit is de nominaatvorm welke voorkomt in het oosten van Australië vanaf Normanton in het noorden tot Adelaide in het zuiden, alsook op Tasmanië en King Island. Op Nieuw-Zeeland waar ze ook voorkomen zijn ze ooit ingevoerd geweest. Ook rond Perth in het zuid-westen van Australië leeft een populatie van deze vogels, nakomelingen van vogels die daar ooit werden uitgezet.

-Cacatua galerita fitzroyi : dit is de Mathews geelkuifkaketoe. Deze treft men aan in het noorden van Australië vanaf de Fitzroy rivier tot tegen Normanton. Deze lijkt sterk op de nominaatvorm, maar de lichtgele oorvlek en de lichtgele tint aan de basis van keel- en wangveren ontbreekt. De washuid rond de ogen heeft een lichtblauwe schijn. De bek is breder en hoekiger en hij is iets kleiner ( 48 i.p.v. 50 cm).

-Cacatua galerita triton : Triton geelkuifkaketoe. Komt voor op Nieuw-Guinea en de westelijke Papua eilanden alsook op vele kleinere eilanden in de buurt. Op sommige van die eilanden werd deze soort ook ingevoerd. Deze soort lijkt op de nominaatvorm, maar de kuif is breder en ronder. Ook is hij kleiner dan de nominaatvorm ( 46 cm) .

-Cacatua galerita eleonora : Eleonora of Finsch geelkuifkaketoe. Oorspronkelijk kwam deze soort alleen voor op de Aru eilanden ( Indonesië). Nadat ze er werden ingevoerd komen ze nu ook voor op de Kai Eilanden. Dit is de kleinste van de vier ondersoorten ( 44 cm).