Aratinga holochlora
Formaat: 32 cm.
Man en pop: algemene lichaamskleur groen; kop, halszijden, bef, nek, mantel,
rug, stuit, vleugeldek en bovenstaartdekveren donkergrasgroen, het groen van
kop en hals soms hier en daar onderbroken door een rood veertje; borst,
buik, flanken, dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren geelachtig groen.
Hand- en armpennen donkergrasgroen aan de uiteinden iets grijs gezoomd.
Bovenzijde grote staartpennen donkergrasgroen; onderzijde olijfachtig geel.
Donkere ogen met oranjekleurige iris; naakte oogring roodachtig grijs.
Snavel hoornkleurig; aan weerszijden van de snavelpunt iets zwart getint.
Poten grijsachtig vleeskleurig; nagels donkergrijs.
Ondersoorten
A. h. brevipes (Lawrence 1871)
Sorocco parkiet
Verspreidingsgebied: eiland Sorocco voor de westkust van Mexico.
Kenmerken: Formaat 34 cm. Lijkt op de nominaatvorm maar aan de onderzijde is
de kleur van het groen wat harder en donkerder minder geelachtig getint wat
ook geldt voor de onderkant van de staart. Tussen keel en kropstreek is het
groen enigszins grijs bewaasd. Geen rode veertjes op kop en hals. Staart
gemiddeld 2 cm langer; tiende handpen korter dan de zevende.
A. h. brewsteri Nelson 1928
Brewster's parkiet
Verspreidingsgebied: hogere berggebieden van Sonora, Sinaloa en Chihuahua
Mexico
Kenmerken: Formaat 32 cm. Bovenzijde donkerder groen; onderzijde meer
grasgroen, maar minder geelachtig getint. Het schedeldek is enigszins blauw
bewaasd. Voor het overige gelijkend op nominaatvorm.
A. h. holochlora (Sclater 1859)
Verspreidingsgebied: Oost en Zuid-Mexico.
Naamgeving en kenmerken: zie nominaatvorm.
A. h. strenua (Ridgway 1915)
Nicaragua parkiet
Verspreidingsgebied: Het Pacifische laagland van Oaxaca Mexico zuidwaarts
tot het noorden van Nicaragua.
Kenmerken: Formaat 34 cm. Forsere snavel en poten dan nominaatvorm voor het
overige geheel gelijk.
Biotoop
Verschillende leefgebieden variërend van droge landschappen afgewisseld met
loofbossen, bosranden, doornstruiksavannen met boomgroei tot de grote
pijnboomwouden in het gebergte tot 2600 m en in landbouwgebieden. Ze komen
echter het meest voor in het laagland en op middelmatige hoogten en schijnen
een voorkeur voor pijnbomen te hebben. Worden niet in vochtige gebieden
aangetroffen.
Status wildpopulatie
Bestand blijft stabiel, de ondersoort A. h. strenua heeft het echter
moeilijk door ontginning van het oorspronkelijke leefgebied.
Leefwijze
Afhankelijk van het voedsel aanbod, in groepen van 20 tot 30 vogels, vormen
soms ook grotere zwermen. Binnen de groepen heerst een sterke paarbinding.
In de broedtijd, tussen februari en mei, zonderen de paren zich af. De
vogels broeden vooral in boomholten, menigmaal in oude spechtennesten, soms
graven ze zelf een nestholte in boomtermietennesten.
Hun voedsel zoeken ze in struiken en bomen. Het bestaat uit allerlei zaden,
vruchten, noten en bessen. Ook brengen ze regelmatig een bezoek aan de
rijpende koren- en maïsvelden, waar ze vaak grote schade veroorzaken.
Algemene informatie
A. h. holochlora en A. h. strenua komt men af en toe in gevangenschap tegen,
maar het totale bestand in Europa is bescheiden. Van beide ondersoorten zijn
broedresultaten bekend.
Eerste broedresultaat met A. h. holochlora in 1934 in USA; met A. h. strenua
in 1985 in Duitsland.
A. h. brevipes en A. h. brewsteri zijn, voor zover ik heb kunnen nagaan,
nooit in Europa ingevoerd.
Wet budep
Behoort tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet budep Lijst II.
Gedrag
Na gewenning sterke vogel; vaak schuw, wennen gewoonlijk slechts stap voor
stap aan verzorger; sterke behoefte tot knagen; luidruchtig, zeer hard
stemgeluid, storend voor omgeving; buiten de broedtijd vreedzaam tegenover
andere soorten van gelijke grootte; baden graag.
Huisvesting en verzorging
Bij voorkeur het gehele jaar paarsgewijs houden in een metalen buitenvolière
van (lxbxh) 3 x 1 x 2 m met aangebouwd nachtverblijf van minimaal 1,5 x 1 x
2 m, waarin het tijdens de wintermaanden tenminste vorstvrij blijft en een
daglengte van ongeveer 12 uur gewaarborgd is. Op een wat donkere hoek van
het nachtverblijf het natuurbroedblok ophangen dat tevens als slaapplaats
dient; afmetingen 60 cm hoog, binnenwerkse diameter ca 22 cm, wanddikte
minimaal 6 cm, doorsnede invlieggat ca. 7 cm.
Uit kringen die met deze vogels succesvol gebroed hebben, vernam ik dat de
Mexicaanse parkiet ook een horizontaal geconstrueerd broedblok accepteert
van (lxbxh) 25 x 40 x 30 cm met een invlieggat van 7 cm. Op de bodem van het
blok een laagje houtmolm of houtsnippers aanbrengen, geen turfmolm
(schimmelvorming!); het blok het gehele jaar door laten hangen. Bij
geschakelde binnenverblijven ondoorzichtige tussenschotten plaatsen, tussen
de volières dubbel gaas gebruiken.
Regelmatig verse knaagtakken aanbieden. Elke dag zorgen voor een platte
schaal met fris water waarin de vogels zich kunnen baden.
Voeding
Als basis kan men een zaadmengsel voor grote parkieten geven waarin de
volgende zaden voorkomen: tarwe, gerst, haver, padie, rode en witte dari,
negerzaad, diverse gierstsoorten, witzaad, hennep, saffloor- en
zonnebloempitten; de grovere zaden ook geweekt of gekiemd aanbieden.
Halfrijpe kolfmaïs wordt graag opgenomen, evenals halfrijpe haver en tarwe
in de aar, ook allerhande halfrijpe gras- en onkruidzaden. Verder fruit
zoals appel, rozenbottels, daarnaast bessen van vuurdoorn en lijsterbes; van
de groentesoorten vooral rode wortel en bladgroente. Dagelijks eivoer
(gerantsoeneerd) verstrekken, eventueel aangevuld met een kleine gift
weekvoer voor insecteneters waaraan gedroogde insecten of mierenpoppen zijn
toegevoegd, het geheel rul aanmaken met grove gekiemde of gekookte zaden.
Tracht de vogels te wennen aan enkele meelwormen per dag, enkele gedroogde
garnalen zijn ook goed. Wanneer de vogels het voedsel niet kennen, duurt het
gewoonlijk een hele tijd voordat ze het uiteindelijk opnemen. Dagelijkse
zorgen voor vers drinkwater, maagkiezel, grit en een mineralenblok mogen
nooit ontbreken.
In de broedtijd in principe hetzelfde voedsel verstrekken, maar
ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel de vogels willen opnemen, ook in
melk geweekt oud brood wordt in deze periode graag opgenomen.
Kweek:
Broedresultaten met deze vogels worden slechts sporadisch gemeld. Dat heeft
hoofdzakelijk te maken met de geringe aantallen die in gevangenschap worden
gehouden. Het geslacht kan alleen met zekerheid worden vastgesteld door de
vogels te laten seksen. Om met succes met deze soort te kunnen broeden dient
het koppel minimaal twee jaar oud te zijn, maar het kan ook jaren duren
voordat deze vogels aanstalten om te broeden maken. Begin april beginnen de
vogels in broedstemming te komen. Mexicaanse parkieten die uitsluitend in
binnenvolières worden gehouden, kunnen het gehele jaar in broedstemming
geraken.
De eieren worden met tussenpozen van twee dagen gelegd; legselgrootte
variërend van 3 tot 5 eieren. De pop broedt alleen; broedduur 23 dagen.
Wanneer de jongen ongeveer 14 dagen oud zijn, moeten ze geringd worden;
ringmaat 7 mm voor A. h. holochlora, 7,5 mm voor A. h. strenua. De nesttijd
is ruim 7 weken. Drie weken nadat de jongen zijn uitgevlogen, zijn ze
zelfstandig. Jonge vogels hebben een duidelijk donkerder irisring.
tekst: harrie vd linden





