ARATINGA'S EN ANDERE CONURES                                                                                       Parkietenforum infowebsite

04 Januari 2010

Aratinga canicularis

Parakeet Anaranjado-afrontado | Foto de los canicularis de Aratinga

foto: Algo endereza reservado.

Aratinga canicularis

Soortbeschrijving

Formaat: 24 cm.

Man en pop: de kop is versierd met een tamelijk brede voorhoofdsband die aan weerszijden doorloopt tot aan de teugels. Aansluitend hieraan een matblauw veerveld dat doorloopt tot op de kruin en vervolgens overgaat in de algemene lichaamskleur.

Algemene lichaamskleur groen; achterkop, nek, mantel, vleugeldek, rug, stuit en bovenstaartdekveren donkergrasgroen; teugels, wangen, bef en bovenborst vaal olijfbruin; onderborst, buik, flanken, dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren groenachtig geel. De kleurafscheiding welke dwars over het midden van de borst loopt is vrij scherp. Buitenvlaggen handpennen groen naar de uiteinden overgaand in blauw; buitenvlaggen armpennen diep korenbloemblauw Bovenzijde grote staartpennen donkergrasgroen; onderzijde dof olijfgeel. Snavel hoornkleurig. Oogiris geel; de naakte oogring is geelwit. Poten bruingrijs; nagels donkergrijs.

Ondersoorten

A. c. canicularis (Linnaeus 1758)

Verspreidingsgebied: van Zuidwest-Mexico tot West-Costa Rica

Naamgeving en kenmerken: zie nominaatvorm.

A. c. clarae Moore 1937

West-Mexicaanse Petz's parkiet

Ook: Sinaloa Petz's parkiet

Verspreidingsgebied: Westcentraal- en Zuid-west-Mexico

Kenmerken: Formaat 24 cm. Gelijkend op A. c. canicularis maar de voorhoofdsband is minder breed en reikt niet tot aan de naakte oogring; het blauw op het voorste gedeelte van de kruin loopt aan de voorzijde van het oog door tot aan de teugel. Algemene lichaamskleur groener; bef en bovenborst vaal olijfgroen; onderborst, buik, flanken, dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren groener minder geel getint. Zwartachtige vlek aan weerszijden op de ondersnavel.

A. c. eburnirostrum (Lesson 1842)

Zuid-Mexicaanse Petz's parkiet

Verspreidingsgebied: Zuidwest-Mexico

Kenmerken: Formaat: 24 cm. Gelijkend op nominaatvorm maar onderlichaam is groener minder geel getint. De oranje voorhoofdsband is minder breed. Bruingrijze vlek aan weerszijden op de ondersnavel.

Biotoop

Vlakland, langs waterlopen en bosranden, struikbossen, open en halfopen grasvlakten met verspreid voorkomende bomen en struiken, ook in loofwoud, doch steeds in de nabijheid van water; vogels worden plaatselijk ook in het middelgebergte aangetroffen tot 1200 m, zelden hoger.

Status wildpopulatie

Veelvuldig voorkomend.


Leefwijze

Gewoonlijk in kleine groepen tot 30 vogels, na de broedtijd soms ook in grote zwermen van meerdere honderden vogels. In de broedtijd zonderen de paren zich af. Deze vogels broeden vrijwel uitsluitend in nesten van boomtermieten. Hierin graven ze een ongeveer 30 cm lange gang welke schuin naar boven loopt, aan het einde hiervan wordt dan de broedkamer ingericht. Ze leven van allerlei vruchten vooral vijgen en mango's, zaden, noten, bessen, bloesems, insecten en hun larven, komen ook voor in gebieden met akkerbouw en op plantages.

Algemene informatie

Deze vogels komt men nog maar weinig bij de liefhebbers tegen. De A. c. canicularis is het minst ingevoerd, de A. c. eburnirostrum het meest, van beide ondersoorten zijn meldingen van nafok, echter niet van de van de A. c. clarae. De reden hiervan is waarschijnlijk dat alle ondersoorten als Petz's parkiet worden aangeboden en men dus vaak van mening is de no-minaatvorm te bezitten.Eerste broedresultaat met A. a. canicularis in 1932 in Duitsland; met A. c. eburnirostrum in 1937 in de USA. Wat uiterlijk betreft, vertoont de Petz' parkiet veel overeenkomst met de goudvoorhoofdparkiet (Aratinga aurea) en wordt er ook wel mee verwisseld. Het verschil is echter meteen te zien wanneer men naar de snavel kijkt: de Petz's parkiet heeft een hoornkleurige snavel, de goudvoorhoofdparkiet een zwarte. De Petz's parkiet is geschikt om solitair in een ruime kamervolière te worden gehouden, maar moet dan wel in gevangenschap geboren zijn.

Wet budep

Behoort tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet budep Lijst II.

Gedrag

Aangename sterke volièrevogel met een rustig karakter. Wanneer ze aan hun verblijf gewend zijn, verdwijnt hun aanvankelijke schuwheid en laten ze ook hun krijsende stem minder vaak horen en is hun stemgeluid nauwelijks storend te noemen. Deze vogels zijn weinig knaaglus-tig. Buiten de broedperiode vredelievend tegenover soortgenoten en andere parkietensoorten van gelijke grootte, zijn ook met agapornidensoorten goed samen te houden. Petz's parkieten baden zelden. Wennen niet gauw aan slaap/broedblok.

Huisvesting en verzorging

Minimale volièrematen (lxbxh) 2,5 x 1 x 2 m met aansluitend een klein binnenverblijf van minimaal (lxbxh) 1,5 x 1 x 2 m, waarin het koude jaargetijde vorstvrij blijft. De tijdklok zo instellen dat de vogels minimaal 12 uur licht krijgen. Hoewel ze in de natuur een holte graven in de wand van een termietennest, wordt een dikwandig natuurbroedblok gewoonlijk wel geaccepteerd, maar ook een zelf vervaardigde nestkast doet het als regel wel; afmetingen blok 35 cm hoog, diameter 20 à 22 cm, doorsnede invlieggat 6 à 7 cm. Soms kan het echter jaren duren voordat het blok geaccepteerd wordt. Een halfvergane wilgenboom met holten kan soms uitkomst bieden, hierin kunnen de vogels (hoofdzakelijk de man) dan zelf hun nestholte maken. Ook nestkasten ingekapseld in leem zodat ze wat meer op een termietennest lijken, zouden eens uitgeprobeerd kunnen worden. Er is al veel gewonnen als de vogels de nestgelegenheid accepteren om er te slapen. De nestgelegenheid in het nachtverblijf zo mogelijk wat aan het zicht onttrokken plaatsen, zodat de vogels zich er veilig in voelen.
Regelmatig verse takken aanbieden om aan te knagen, bijv. wilgentakken of takken van onbespoten fruitbomen. Dagelijks vers badwater verstrekken, hoewel ze er niet vaak gebruik van zullen maken.


Voeding

Als basisvoedsel krijgen deze vogels een zaadmengsel voor grote parkieten met een niet te hoog percentage zonnebloempitten (maximaal 10-15%), de grotere zaden liefst gekiemd aanbieden, daarnaast verstrekken we een goed eivoer (gerantsoeneerd), eventueel aangevuld met wat universeelvoer waarin gedroogde insecten of mierenpoppen zijn verwerkt, het geheel rul maken met grove gekiemde of gekookte zaden.. Verder dagelijks wat fruit in de vorm van een stukje appel of sinaasappel en indien verkrijgbaar mango's en vijgen. Ook allerhande groenvoer zoals wortel, muur, andijvie, witlof of boerenkool wordt graag genomen. Verder kan men deze vogels dagelijks nog een halve kolf halfrijpe maïs geven, ook allerlei onkruidzaden en halfrijpe aren van haver en tarwe wordt graag gegeten. Dagelijks twee tot drie meelwormen per vogel aanbieden, een paar gedroogde garnalen laten ze meestal ook niet liggen. Denk niet te gauw dat uw vogels dit niet lusten. Vooral aratinga's staan bekend om hun conservatisme wat betreft het aannemen van 'vreemd' voedsel. Soms moet men iets wekenlang aanbieden, voordat er van gegeten wordt.

Elke dag zorgen voor vers drinkwater. Maagkiezel, grit en een mineralenblok dienen steeds ter beschikking te staan.

In de broedtijd hetzelfde voedsel verstrekken, maar ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel de vogels willen opnemen. Als er jongen zijn dagelijks wat verse mierenpoppen onder het eivoer bijmengen en de hoeveelheid meelwormen geleidelijk aan opvoeren.


Er zijn meldingen van twee broedsels per jaar.



tekst : harrie vd linden