Aratinga cactorum
Soortbeschrijving
Formaat: 25 cm.
Man en pop: voorhoofd, boven en achterschedel matbruin het geheel doet
enigszins geschubd aan als gevolg van iets lichtere veerzoompjes. Teugels
wangen en zijden van de hals bleekbruin; oorstreek grasgroen. Algemene
lichaamskleur groen; nek mantel vleugeldek rug stuit en bovenstaartdekveren
donkergrasgroen. Bef en bovenborst bleekbruin; onderborst en buik dof
oranjegeel; de kleurscheiding ligt ongeveer ter hoogte van de duimvleugels
en is vrij scherp. Dijen, flanken anaalstreek en onderstaartdekveren
geelachtig groen.
Buitenvlaggen hand- en armpennen blauwachtig groen. Bovenzijde grote
staartveren donkergrasgroen met blauwe staarttippen; onderzijde grote
staartpennen vuil olijfgeel. Snavel hoornkleurig. Oogiris oranjekleurig; de
naakte oogring witachtig. Poten grijsbruin; nagels donkergrijs.
Ondersoorten
A. c. cactorum (Kuhl 1820)
Verspreidingsgebied: Noordoost -Brazilië.
Naamgeving en kenmerken: zie nominaatvorm.
A. c. caixana Spix 1824)
Bleke cactusparkiet
Verspreidingsgebied: Noordoost-Brazilië ten noorden van het
verspreidingsgebied van A. c. cactorum
Kenmerken: Formaat 25 cm. Lijkt op A. c. cac-torum doch de groene veervelden
zijn een nuance lichter en meer helder van tint. Bef en bovenborst neigen
meer naar mat olijfbruin. Onderborst en buik dofgeel met oranje waas.
Biotoop
Droge landschappen met lage boomgroei, doornstruiken en succulenten, vooral
cactussen afgewisseld met bossen, ook open bossen en savannen.
Status wildpopulatie
Veelvuldig voorkomend.
Leefwijze
Over de leefwijze in de vrije natuur is slechts weinig bekend. Ze leven
paarsgewijs of in klei-ne groepen. In de broedtijd uitsluitend paarsgewijs.
Het voedsel bestaat uit allerlei zaden, bessen, vruchten vooral
cactusvruchten, noten en waarschijnlijk ook bloesems.
Algemene informatie
Momenteel zeldzaam in gevangenschap. Aangezien de invoer vanuit Brazilië al
jaren stil ligt, zal de liefhebber het met het in gevangenschap aanwezige
fokmateriaal moeten doen.
De ondersoort A. c. caixana is waarschijnlijk niet in Europese collecties
aanwezig.
Eerste broedresultaat met het nominaatras in 1883 in Frankrijk.
De soort is ook geschikt om solitair in een ruime kamervolière te worden
gehouden, maar moet dan wel in gevangenschap geboren zijn.
Wet budep
Behoort tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet budep Lijst II
Gedrag
Vrij sterke vogel, maar gevoelig voor koude, zitten dan in elkaar gedoken op
stok. In het begin wat schuw, maar wennen geleidelijk aan verzorger, zodat
men ze op den duur tot op een halve meter kan benaderen. In de rustperiode
verdraagzaam van aard, tijdens de broedperiode eerder het tegendeel.
Behendige klauteraar, indien mogelijk naderen ze al hun doelen klauterend en
klimmend en in mindere mate door er heen te vliegen. Niet bijzonder
luidruchtig, in elk geval niet storend voor hun omgeving; knaaglustig, maar
dit verschilt per individu (de één knaagt meer dan de ander); slapen in
nestblok; baden graag.
Huisvesting en verzorging
Bij voorkeur paarsgewijs in metalen volière met aangebouwd nachthok met een
bodemoppervlakte van ca 1 m² waarin de temperatuur gedurende het koude
jaargetijde op tenminste 5° C gehouden kan worden; minimale volièrematen (lxbxh)
2 x 1 x 2 m. Het broedblok dat tevens dienst doet als slaapplaats komt in
het nachtverblijf te hangen. Als slaap- en broedplaats heeft een dikwandig
natuurbroedblok de voorkeur, maar ook een zelf vervaardigde nestkast doet
het als regel wel; afmetingen blok 35 cm hoog, diameter 20 à 22 cm,
doorsnede invlieggat 6 à 7 cm. Het binnenverblijf zo inrichten dat ze
eventuele buren niet kunnen zien; tussen de buitenvolières dubbelgaas
aanbrengen met een minimale tussenruimte van 3 cm.
Tijdens de wintermaanden zorgen voor voldoende daglengte, minimaal 12 uur.
Regelmatig verse takken aanbieden om te beknagen, bijv. wilgen- en
berkentakken of takken van onbespoten fruitbomen. Dagelijks vers badwater
verstrekken.
Voeding
Zaadmengsel voor grote parkieten met daarin zonnebloempitten (tot 10 à 15
procent), hennep, witzaad en diverse gierstsoorten, het zaadmengsel
eventueel aanvullen met een kleine hoeveelheid van een in de handel
verkrijgbare wildzangmengeling, de grotere zaden liefst gekiemd aanbieden.
Daarnaast allerlei soorten groenten en fruit vooral wortel en appel en
bladgroenten evenals onkruidzaden zoals perzikkruid, muur, varkensgras,
zuring, uitstaande melde, leeuwentand, ook halfrijpe kolfmaïs en halfrijpe
aren van diverse grassoorten, tarwe en haver.
Elke dag eivoer (gerantsoeneerd) verstrekken, aangevuld met een kleine gift
weekvoer voor insecteneters waaraan gedroogde insecten zijn toegevoegd; geef
ook af en toe een paar meelwormen, twee à drie per vogel volstaat.
Dagelijks zorgen voor vers drinkwater. Maagkiezel, grit en een mineralenblok
dienen altijd ter beschikking te staan.
In de broedtijd in principe hetzelfde voedsel verstrekken, maar
ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel de vogels willen opnemen. Ook in
melk geweekt oud brood en gekookte rijst wordt graag gegeten. Als er jongen
zijn dagelijks wat verse mierenpoppen onder het eivoer bijmengen en de
hoeveelheid meelwormen naar gelang het aantal jongen geleidelijk aan
verhogen.
Mutaties
Van de cactusparkiet bestaat een gele mutant; de verervingwijze is onbekend.
tekst : harrie vd linden





