ARATINGA'S EN ANDERE CONURES                                                                                       Parkietenforum infowebsite

04 Januari 2010

Aratinga cactorum

Aratinga cactorum

Soortbeschrijving

Formaat: 25 cm.

Man en pop: voorhoofd, boven en achterschedel matbruin het geheel doet enigszins geschubd aan als gevolg van iets lichtere veerzoompjes. Teugels wangen en zijden van de hals bleekbruin; oorstreek grasgroen. Algemene lichaamskleur groen; nek mantel vleugeldek rug stuit en bovenstaartdekveren donkergrasgroen. Bef en bovenborst bleekbruin; onderborst en buik dof oranjegeel; de kleurscheiding ligt ongeveer ter hoogte van de duimvleugels en is vrij scherp. Dijen, flanken anaalstreek en onderstaartdekveren geelachtig groen.
Buitenvlaggen hand- en armpennen blauwachtig groen. Bovenzijde grote staartveren donkergrasgroen met blauwe staarttippen; onderzijde grote staartpennen vuil olijfgeel. Snavel hoornkleurig. Oogiris oranjekleurig; de naakte oogring witachtig. Poten grijsbruin; nagels donkergrijs.



Ondersoorten

A. c. cactorum (Kuhl 1820)

Verspreidingsgebied: Noordoost -Brazilië.

Naamgeving en kenmerken: zie nominaatvorm.


A. c. caixana Spix 1824)

Bleke cactusparkiet

Verspreidingsgebied: Noordoost-Brazilië ten noorden van het verspreidingsgebied van A. c. cactorum

Kenmerken: Formaat 25 cm. Lijkt op A. c. cac-torum doch de groene veervelden zijn een nuance lichter en meer helder van tint. Bef en bovenborst neigen meer naar mat olijfbruin. Onderborst en buik dofgeel met oranje waas.

Biotoop

Droge landschappen met lage boomgroei, doornstruiken en succulenten, vooral cactussen afgewisseld met bossen, ook open bossen en savannen.

Status wildpopulatie

Veelvuldig voorkomend.

Leefwijze

Over de leefwijze in de vrije natuur is slechts weinig bekend. Ze leven paarsgewijs of in klei-ne groepen. In de broedtijd uitsluitend paarsgewijs.

Het voedsel bestaat uit allerlei zaden, bessen, vruchten vooral cactusvruchten, noten en waarschijnlijk ook bloesems.

Algemene informatie

Momenteel zeldzaam in gevangenschap. Aangezien de invoer vanuit Brazilië al jaren stil ligt, zal de liefhebber het met het in gevangenschap aanwezige fokmateriaal moeten doen.

De ondersoort A. c. caixana is waarschijnlijk niet in Europese collecties aanwezig.

Eerste broedresultaat met het nominaatras in 1883 in Frankrijk.


De soort is ook geschikt om solitair in een ruime kamervolière te worden gehouden, maar moet dan wel in gevangenschap geboren zijn.

Wet budep

Behoort tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet budep Lijst II

Gedrag

Vrij sterke vogel, maar gevoelig voor koude, zitten dan in elkaar gedoken op stok. In het begin wat schuw, maar wennen geleidelijk aan verzorger, zodat men ze op den duur tot op een halve meter kan benaderen. In de rustperiode verdraagzaam van aard, tijdens de broedperiode eerder het tegendeel. Behendige klauteraar, indien mogelijk naderen ze al hun doelen klauterend en klimmend en in mindere mate door er heen te vliegen. Niet bijzonder luidruchtig, in elk geval niet storend voor hun omgeving; knaaglustig, maar dit verschilt per individu (de één knaagt meer dan de ander); slapen in nestblok; baden graag.

Huisvesting en verzorging

Bij voorkeur paarsgewijs in metalen volière met aangebouwd nachthok met een bodemoppervlakte van ca 1 m² waarin de temperatuur gedurende het koude jaargetijde op tenminste 5° C gehouden kan worden; minimale volièrematen (lxbxh) 2 x 1 x 2 m. Het broedblok dat tevens dienst doet als slaapplaats komt in het nachtverblijf te hangen. Als slaap- en broedplaats heeft een dikwandig natuurbroedblok de voorkeur, maar ook een zelf vervaardigde nestkast doet het als regel wel; afmetingen blok 35 cm hoog, diameter 20 à 22 cm, doorsnede invlieggat 6 à 7 cm. Het binnenverblijf zo inrichten dat ze eventuele buren niet kunnen zien; tussen de buitenvolières dubbelgaas aanbrengen met een minimale tussenruimte van 3 cm.
Tijdens de wintermaanden zorgen voor voldoende daglengte, minimaal 12 uur. Regelmatig verse takken aanbieden om te beknagen, bijv. wilgen- en berkentakken of takken van onbespoten fruitbomen. Dagelijks vers badwater verstrekken.

Voeding

Zaadmengsel voor grote parkieten met daarin zonnebloempitten (tot 10 à 15 procent), hennep, witzaad en diverse gierstsoorten, het zaadmengsel eventueel aanvullen met een kleine hoeveelheid van een in de handel verkrijgbare wildzangmengeling, de grotere zaden liefst gekiemd aanbieden. Daarnaast allerlei soorten groenten en fruit vooral wortel en appel en bladgroenten evenals onkruidzaden zoals perzikkruid, muur, varkensgras, zuring, uitstaande melde, leeuwentand, ook halfrijpe kolfmaïs en halfrijpe aren van diverse grassoorten, tarwe en haver.

Elke dag eivoer (gerantsoeneerd) verstrekken, aangevuld met een kleine gift weekvoer voor insecteneters waaraan gedroogde insecten zijn toegevoegd; geef ook af en toe een paar meelwormen, twee à drie per vogel volstaat.

Dagelijks zorgen voor vers drinkwater. Maagkiezel, grit en een mineralenblok dienen altijd ter beschikking te staan.

In de broedtijd in principe hetzelfde voedsel verstrekken, maar ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel de vogels willen opnemen. Ook in melk geweekt oud brood en gekookte rijst wordt graag gegeten. Als er jongen zijn dagelijks wat verse mierenpoppen onder het eivoer bijmengen en de hoeveelheid meelwormen naar gelang het aantal jongen geleidelijk aan verhogen.

Mutaties

Van de cactusparkiet bestaat een gele mutant; de verervingwijze is onbekend.

tekst : harrie vd linden