Het belangrijkste
om een goede mutatie te kweken is een goede
wildkleur!
Verervingen is vooral veel theorie.
Vele vogelsoorten komen voor in vele kleuren
en aftekeningen die we niet zien bij de wildkleurvorm. De meeste
van deze kleur- en structurverschillen zijn het gevolg van
mutaties:spontaan optredende veranderingen in het erfelijk
matriaal.
dit is een natuurlijk fenomeen dat zo oud is als de aarde zelf,
en in elke levensvorm voorkomt, bij dier-plant en mens, maar ook
bij virussen en bacterien.
Een mutatie kan allerlei uitwerkingen hebben, afhankelijk van de
plaats waar ze optreed.
De mutaties waar het om gaat in de avicultuur (bij onze
gevogelde vrienden dus) zijn mutaties die betrekking hebben op
de kleur of de verenstructuur.
Mutaties zijn altijd erfelijk , d.w.z. dat de mutant zijn
afwijkende eigenschappen kan doorgeven aan zijn nakomelingen.
en dit het liefst in de opgegeven volgorde, d.w.z. dat als we een goede mutatie wensten te bekomen dat we eerst en vooral uitgaan van een wildkleur van het goed formaat die soortzuiver is om dan de gewenste kleur mee te kweken.
Hiernaast kan je de erfelijkheidsleer van Harrie Vd Linden lezen