Dominant  
Bij een dominante mutatie heeft men eigenlijk al aan één kweekvogel genoeg om in de eerste generatie nakomelingen reeds jongen te hebben met dezelfde kenmerken als één van de oudervogels die drager zijn van deze dominante mutatie.

In tegenstelling tot recessieve mutaties kunnen vogels nooit split zijn voor een dominante mutatie. Simpel gezegd: ze zijn het of ze zijn het niet. Laat u dus nooit een Fischeri aansmeren die split is voor gezoomd of violet, want dat kan niet.

Men kan een dominant factor in principe overal in kweken, maar dat komt niet altijd even duidelijk tot uiting.

Onthoud daarom steeds als gouden regel: een mutatiecombinatie die geen duidelijke kenmerken meer vertoont en als dusdanig niet meer te herkennen is, heeft geen enkel nut en is daarom ten stelligste af te raden.
Door het feit dat de mutatie dominant is, hebben we natuurlijk ook enkel- en dubbel factorige vogels.

Hoe komt dat? Wel, om het simpel te houden kunnen we stellen dat de erfelijke eigenschappen terug te vinden zijn op de chromosomen.

Deze chromosomen zijn terug te vinden in de kern van alle cellen. Chromosomen liggen steeds per twee, we spreken daarom ook van een chromosomenpaar.

Zo wordt aangenomen dat bij papegaai achtigen er minstens 60 chromosomen zijn ofwel 30 paar.

Deze cellen zorgen voor de ontwikkeling van de vogel en het onderhoud van het vogellichaam.

Naast de gewone lichaamscellen hebben we ook de voortplantingscellen die aanwezig zijn bij de beide seksen.

Deze dragen ook de erfelijke informatie van de oudervogel.

Uit deze voortplantingscellen ontwikkelen zich bij de poppen de eicellen en bij de mannen de zaadcellen.

Deze eicellen of zaadcellen bezitten slechts een enkelvoudig stel chromosomen, dus 30 chromosomen (van elk paar één chromosoom).

Wanneer er een bevruchting plaats vindt gaan de chromosomen (de helft van het chromosomenpaar) zich combineren met de chromosomen van de andere oudervogel (de andere ontbrekende helft).

Samen vormen ze dan op hun beurt een nieuw chromosomenpaar.

Met andere woorden, de chromosomenparen van een jonge vogel bestaan uit één chromosoom van vader en één van moeder.

Daardoor hebben we genetisch 50% de eigenschappen en erfelijke aanleg van de vader en 50% van de moeder.

Wanneer vader dan een chromosoom meegeeft met daarop een dominante mutatie en de moeder niet, dan heeft één chromosoom van de twee de factor in zich en spreken we van enkel factorige.

Wanneer beide oudervogels een chromosoom meegeven met daarop een dominante factor dan is dat uiteraard dubbel factorige (mutatie aanwezig op beide chromosomen).

Men kan zich dat misschien beter voorstellen aan de hand van volgend voorbeeld gebaseerd op de gezoomde factor bij de fischeri, een factor die uiteraard dominant vererft:
We tekenen twee blokken, die zogezegd de chromosomen voorstellen van de man.

De man is EF, dus dan gaan we een van de twee blokjes zwart maken. Als moeder ook EF is dan wordt er ook een van de twee blokjes bij moeder zwart gemaakt.

Elk blokje krijgt dan een nummer van 1 tot 4. Dan gaan we gaan combineren.

Als we weten dat telkens één van de twee chromosomen wordt meegegeven dan zien we dat er 2 x 2 mogelijkheden zijn, dus 4 mogelijke combinaties:

Enkel factorige gezoomd x enkel factorige gezoomd geeft dus:

§ 25% niet gezoomd

§ 50% enkel factorige gezoomd

§ 25% dubbel factorige gezoomd


Bij die combinatie EF x EF zien we dus dat 1 op 4 DF is, dus 25% kans op dubbel factorige jongen.

2 Op 4 zijn EF, dus 50% kans. Tenslotte is er nog 1 op 4 dat ongewijzigd is, dus hebben we ook nog 25% kans dat er niet gezoomde jongen geboren worden.

Let op: deze procenten zijn kansberekeningen, het geeft de mogelijke uitkomsten, maar het verleden heeft uitgewezen dat de factor geluk hier ook een grote rol speelt. We kunnen eigenlijk voor veel dominante verervingen gebruik maken van dit blokkensysteem.

Om het nog iets meer te verduidelijken geef ik hier enkel voorbeelden in combinatie met de wildvorm en hier speelt het uiteraard geen rol of de man of de pop drager is van de dominante factor.

Indien u het wenst kunt u misschien zelf een schema met blikken bijmaken, zo ziet u eigenlijk hoe simpel het allemaal is.

Enkel factorige gezoomd x wildkleur geeft:

§ 50% wildkleur

§ 50% enkel factorige gezoomd


Dubbel factorige gezoomd x wildkleur geeft:
100% enkel factorige gezoomd

Dubbel factorige gezoomd x enkel factorige gezoomd geeft:

§ 50% enkel factorige gezoomd

§ 50% dubbel factorige gezoomd


Dubbel factorige gezoomd x dubbel factorige gezoomd geeft:
100% dubbel factorige gezoomd

Wanneer we nu gezoomd in andere kleuren gaan in kweken moeten we eerst naar de uitkomst van de kleuren zoeken en daarna de uitkomsten met de gezoomde factor bv:
EF gezoomd donkergroen x EF gezoomd donkergroen

Eerst werken wij donkergroen x donkergroen uit (twee vogels met elke een dominante donkerfactor).
Dat geeft

§ 25% lichtgroen (geen donkerfactor),

§ 50% donkergroen (een donkerfactor) en

§ 25% olijfgroen (twee donkerfactoren).


Enkel factorig gezoomd x enkel factorig gezoomd geeft:

§ 25% niet gezoomd,

§ 50% enkel factorige gezoomd en

§ 25% dubbel factorige gezoomd.


Dus uit deze combinatie kunnen we lichtgroene, donkergroene en olijfkleurige vogels kweken, waarvan onafhankelijk van de kleur 25% niet gezoomd, 50% enkel factorige gezoomd en 25% dubbel factorige gezoomd zal zijn.

Beter is daarom volgende verparing: blauw x groen/blauw